|
|
De geschiedenis van de munt
Zilver was het eerste metaal dat gebruikt werd als munt, dit was ruim 2000 jaar voor Christus.
In die tijd werden zilveren staven (ookwel baren genoemd) gebruikt voor de handel.
Munten van puur goud werden pas 1500 jaar later in de handel gebruikt. Zilvergeld werd gebruikt tot de 19e eeuw als wettig betaalmiddel en was tevens het meest gebruikt muntmetaal.
De gemiddelde burger gebruikte dus veel zilvermunten en koperen munten. Voor de handel en voor de rijkere mensen was de gouden munt de handelsmunt. Om een idee te krijgen van de waarde van een dukaat: in de 19e eeuw vertegenwoordigde een dukaat van 3.5 gram een waarde dat gelijk stond aan twee gemiddelde weeklonen.
Vroeger in de tijd van Alexander de Grote, werden de munten (de solidus en de aureus) gebruikt om huurlingen en legers te betalen.De Romeinen brachten miljoenen gouden muntstukken uit in de periode van het keizerrijk en de republiek.
Nadat het Romeinse Rijk ineenstortte en de goudmijnen uitgeput raakten werden toch nog het slaan van munten voortgezet: de bezant of nomisma waren de opvolgers van de solidus.
Door de schaarste van goud ging men over tot het verder vermengen van goud met onedele metalen. Hierdoor daalde ook de waarde van de goudstukken, en wel een daling van zo’n 95% van de puur gouden muntstukken uit Rome. In de loop der tijd ging de handel steeds gebruiken maken van de uit Arabische landen afkomstige munten.
Deze bevatten een hoger percentage goud: dit was de dinar, ookwel denarie genaamd. Deze munten waren origineel uitgebracht door de Perzen en Byzantijnen.

De zilveren munt (denarius of penning) was in de omloop vanaf de val van het Romeinse Rijk tot eind van de 13e eeuw.
Een tijd later, in 1283, werd de dukaat geboren in de Republiek Venetië: opnieuw een gouden muntstuk welke in Europa als standaard werd gebruikt voor zo’n 600 jaar. Rond die periode werd er verschillende muntstukken gebruikt zoals de zloty, guinea, de florijn, etc. Maar nog altijd was de dukaat leidend voor waardebepaling.
Rond 1870 waren zilver en goud de meest gebruikte muntmetalen met ongeveer dezelfde waarde-eenheid. Echter, door de wisselende aanbod van deze metalen, wisselde ook de waarde en de waardeverhouding tussen het zilver en het goud. Er was zelfs een periode dat zilver veel meer waarde had dan goud. In de tijd dat de Spanjaarden de Azteken en Incas hadden aangevallen, was de Spaanse voorraad goud en zilver sterk gestegen. Hierdoor kreeg de ‘escudo’ een sterke positie in de markt. Vanwege de samenstelling van het goud (27 gram, 22 karaats) was de waarde ongeveer 15 zoveel als dezelfde gewicht aan zilver.
|
|