|
|
Bankkapitaal
Tegenwoordig wordt het overgrote deel van de transacties in bankkapitaal afgewikkeld. Banken hebben namelijk alleen geld nodig om aan haar klanten (rekeninghouders) contant te kunnen betalen via pinautomaten of transacties aan de balie.
Hoe ontstaat bankkapitaal?
Wij nemen een voorbeeld: een koper wil een huis kopen en gaat naar de bank om een hypotheek te vragen. Als de koper een accoord krijgt van de bank, dan neemt de bank de waarde van het huis op in haar eigen balans. De tegenprestatie van het opnemen van het huis in haar eigen balans is het afgeven van een bankkapitaal. Dus, het kapitaal heeft de bank niet eerder gehad maar wordt op dat moment gecreëerd door het accepteren van een hypotheekaanvraag.
Met andere woorden: bankkapitaal bestaat niet tot het moment dat er leningen worden aangegaan met de bank: een bankschuld. Als alle bankschulden in een keer aan alle banken terugbetaald zouden worden dan zou er geen geld meer in de omloop zijn. Een voorwaarde voor een lening af te sluiten is dat de banklening rentedragend is.
Hoeveel geld een bank kan creëren is niet eindeloos en de hoeveelheid wordt in Europa bepaald door de Europese Centrale Bank. Reden dat de ECB hier zeggenschap over heeft is omdat indien banken te veel bankkapitaal zouden scheppen er een kans bestaat dat de bank onvoldoende geld beschikt om alle geldaanvragen in contact geld te kunnen uitgeven. Indien dit wel gebeurt dan wordt een bank failliet verklaart.
Inflatie
Banken maakten gebruik van de kennis dat zij vele meer malen waardepapieren/papiergeld konden uitgeven dan dat zij dezelfde waarde aan goud in bezit hadden. Banken namen veel risico’s en kon leiden tot inflatie. Anderzijds was dit weer goed voor de handel en economie omdat de economie meer behoefte had naar liquide middelen. Door de groei van de hoeveelheid papiergeld kon de economie in de middeleeuwen op deze wijze sterk groeien. Tegenwoordig wordt papiergeld, om in de behoefte van de economie te voorzien, gedrukt om transacties te kunnen realiseren.
|
|